Home
stichting noi si voi
onze projecten
achtergronden
wat kunt u doen
contact
archief
_
_
_
_
_
_
2021 Zomer

De afgelopen maanden werd mij, Hannah, vaak gevraagd hoe het nu gaat in Roemenië, tijdens de Corona. 'Ben je er nog geweest?' Ja, ik ben er tijdens de Corona diverse malen geweest, meestal een maandje of zo. Dit jaar was ik er in de maanden april en juli; straks nog in oktober weer een poosje.

Juist in tijden dat alles wordt afgezegd en ieder zich op eigen terrein terugtrekt, wordt het voor onze jongens moeilijker. Als wees, zonder familie, val je dan gauw buiten de boot. Het sociale leven viel weg. Wat ben ik dan blij met de zorgboerderij waar gewoon elke dag dieren moeten worden verzorgd. Waar 2x per dag wordt gemolken en waar lammeren worden geboren alsof er niets aan de hand is. Wel scheidde de Overheid haar cliënten; jongeren die in het woonhuis op de boerderij wonen van de jongeren die in het dorp wonen. Zo kwam het dat de ene groep drie dagen op de boerderij mocht werken en de andere groep 4 dagen. Het draaide door maar was minder gezellig. Daar waar het kon hielp ik bij de dingen die toch, ondanks Corona, doorgang moesten vinden.

In het voorjaar ondersteunde ik Costel bij het zoeken naar zijn ouders. We hebben samen heel wat gemeentehuizen bezocht; waar hij geboren is, waar zijn ouders misschien nu wonen, waar hij zelf ingeschreven heeft gestaan; ....en: gevonden! In de zomer hadden we tijd om eerst zijn moeder te ontmoeten en al snel daarna kwam zijn vader in beeld. Met de mobiel, door zo vaak als het lukt te bellen, maakte Costel contact. Nu in september is hij op proef vertrokken naar zijn vader. Of het een kans van slagen heeft.....ik weet het niet maar zijn huisje bij ons blijft voor hem beschikbaar.

Voor de jongens in Giurcani: Gheorithe, Marian en Vasile is er ook veel veranderd. Sinds april hebben zij een arbeidscontract voor het spaken van fietswielen. Meneer Bike (zo noemen we hem) die wij al heel lang kennen heeft hen een thuiswerkcontract aangeboden. Bike komt elke week op donderdag met 150 wielen, assen en de benodigde spaken. Hij blijft logeren en gaat op vrijdag, als het werk klaar is, weer weg. Hij heeft het de jongens aangeleerd en ondertussen is hij ook een soort identificatiefiguur; hij kookt, eet en praat met hen. Van de zomer is Bike met ons mee geweest toen wij op vakantie gingen; als een begeleider. Voor mij een zeer welkome hulp die ook 'problemen' signaleert en het met de jongens oppakt. Hopelijk blijft dit nog lange tijd goed gaan.

De zorgboerderij.     Onder het bestuur van de Betania stichting wordt het bedrijfsproces steeds meer geprofessionaliseerd. Dit zie je vooral in de kaasmakerij. Elk kaasje is geëtiketteerd volgens de normen. Er worden pakketten klaar gemaakt die met DHL naar Boekarest gaan; er is een bedrijfsauto met koeling en een nieuwe medewerker die kaas bezorgt in de naburige steden. De lijntjes met Nederland worden dunner. Vorig voorjaar hebben we volgens Nederlands recept nog het yoghurt-maken geïntroduceerd. Nu loopt het zonder onze tussenkomst. Alleen de specifieke lactatieculturen voor de kaas en de yoghurt en nog wat specialistische dingen die niet in Roemenië te verkrijgen zijn, breng ik nog mee. Het stempelkussen voor de bok, hoevenkrabmesjes, lammeren spenen enz. Het loopt goed en men probeert heel serieus om uit de rode cijfers te komen. Nog steeds is er voor de jongeren, onze cliënten, in de kaasmakerij werk te doen en daar ben ik blij mee. Poetsen, veel stickers plakken en de gebruikte kaasvormen weer klaarmaken voor de volgende dag.

De boerderij zelf, het pand, is momenteel een beetje een stiefkindje. Daarom heb ik mijn hulp vooral hier ingezet. Vanuit drie fondsen (Betti Foundation, St.Rotonde en NoiSiVoi) had ik een budget mee waarmee we de belangrijkste dingen konden aanpakken. Dat zijn: de staldeuren op Noord (waar de gaten invallen); de verplichte wc en hygiënesluis voor medewerkers in de kaasmakerij; een uitbreiding voor lammeren in de andere stal. Toen nog klusjesmannen zoeken (de vaste medewerkers zijn druk met de kaas).           Doordat thans in het Roemeense beroepsonderwijs de praktijkstage serieus wordt genomen, krijgen we desgevraagd ineens stagiaires. Zo kwam het dat gedurende 2 volle weken stagiaires als klusjesmannen samen met mij veel van de noodzakelijke reparaties en klussen hebben kunnen afwerken. Een prima formule en een leuke nieuwe uitdaging, zeker nu er vanwege Corona vrijwel geen vrijwilligers meer komen. Ik ga mijn bezoeken aan Roemenië zoveel mogelijk afstemmen op de stageperiodes en samen met de Betania stichting maken we een lesbrief voor de stagiaires; ik zorg voor de inhoud, zij voor de vertaling.

Tijdens de vakantie ben ik met een aantal jongens weg geweest. Meneer Bike ging, zoals gezegd, mee naar de camping 'Timulazu' van Evelien Pontgat, ergens in midden Roemenië. Zowel op de heen- als de terugreis hebben we een tussenstop gehad in een hotel. De ene keer met een zwembad, de andere keer mooi gelegen in de bergen. We bezochten de zoutmijnen in Turda, het kasteel in Rupea, de citadel in Tugru Mures. In het Hongaarse deel van Roemenië aten we goulashsoep; onderweg aten we hamburgers en pizza's en op de camping kookten we zelf. Kortom we deden alles wat je je bij een vakantie voorstelt. Heerlijk om de jomgens hun eigen land te kunnen laten zien; tijd met ze door te brengen, in hen te investeren. Mooie herinneringen waarop ze hopelijk een tijdje vooruit kunnen.     
Met dank aan de Betti Foundation en de St.Rotonde die dit financieel mogelijk maakten.